Vruchtbare kringloop, bodem voor de toekomst!

Kennisuitwisseling KLIMEA: Hoe gaat een melkveehouder in Zuidwest Frankrijk om met droogte en hitte?

Deel dit bericht

In het kader van het project KLIMEA vond onlangs een digitaal gesprek plaats met melkveehouder Wim Hoogendoorn, die sinds 2001 samen met zijn vrouw Addy en kinderen een melkveebedrijf in Zuid-Frankrijk runt. De melkveehouder vertelde aan de Nederlandse melkveehouders van de KLIMEA Kennisgroep Klimaatadaptatie over hoe hij zijn bedrijfsvoering inricht om om te gaan met droogte en hitte in deze regio.


De aanleiding om een melkveehouder uit deze streek aan het woord te laten is omdat langdurige droogte en extreme hitte in de zomerperiode in deze regio bekende omstandigheden zijn. Het KNMI voorspelt dat zulke weersextremen ook in Nederland vaker en intenser zullen voorkomen als gevolg van klimaatverandering, en dat het Nederlandse winterklimaat in de toekomst naar verwachting vergelijkbaar zal zijn met dat van Zuidwest Frankrijk, regio Bordeaux.
Hoe Franse melkveehouders omgaan met droogte en hitte is daarom interessant voor het KLIMEA-project, waarin met Nederlandse melkveehouders kennis en innovaties worden ontwikkeld die helpen om melkveebedrijven klimaatbestendiger te maken.


Droog is kurkdroog


Sinds augustus 2001 boeren Addy en Wim Hoogendoorn met hun kinderen in het Zuid-Franse Armillac. Het bedrijf wordt gerund door Wim, Addy, zoon Bram en een medewerker. Ze melken inmiddels 250 koeien op 150 hectare grond. Het bedrijf ligt 150 kilometer van de kust. De zware kleigrond in combinatie met de droogte en hitte maken het een uitdaging om gras en mais te telen.
Wim: ‘We zaaien ieder jaar opnieuw in met Italiaans raaigras. Als het hier droog is, is het ook écht kurkdroog. 2022 was extreem droog met jaarrond slechts 462 mm. Het jaar 2023 was extreem nat met 950 mm. Ook nu is het nog nat. In normale jaren kunnen we eind februari al de eerste grassnede maaien, maar dit jaar is dat niet gelukt. Zware klei is erg structuurgevoelig. Het is net als in Nederland erg nat.’


Focus op vroege teelt

Het areaal van het bedrijf bestaat uit tweederde gras en een derde mais. De percelen zijn niet gedraineerd. Gras beregenen doet de melkveehouder niet. ‘Dat heeft simpelweg geen zin. We moeten het hebben van de eerste twee snedes. Daarna wordt het al snel warm en groeit er doorgaans niet veel gras meer. In april kan het al 30 graden zijn. De focus ligt op een vroege teelt. In een gemiddeld jaar oogsten we vier snedes gras.’


Verhogen organische stof

De focus ligt ook op het verhogen van het gehalte organische stof in de bodem. Ook dat blijkt een uitdaging. In de beginjaren lag het gehalte tussen de 0,8 en 1,2, nu is dat 1,4 en 2,2. ‘Hier in Frankrijk is men daar veel minder mee bezig, maar daar is veel winst te behalen. Dat is de kracht, meer organische stof. Dit jaar gaan we een experiment aan met het op twee percelen toevoegen van bacteriën die de organische stof beter opneembaar maken zodat het gras minder stress heeft bij droogte. Ik ben benieuwd hoe dat uitpakt, al ben ik meer voorstander van het verhogen van het organische stofgehalte zonder de inzet van hulpmiddelen’, aldus Wim.


Hittestress

De koeien staan in een open stal met daarin vijftien ventilatoren. Buiten de stal kunnen ze bij warm weer terecht in een waterbassin om af te koelen.
‘Als het echt warm is, mogen de koeien doen wat ze willen. Ze staan dan overdag binnen en ’s nachts gaan ze naar buiten. Ze wennen aan de warmte, de productie zakt niet extreem in en ze blijven doorgaans prima vreten. Hittestress is anders dan in Nederland, want hier is de luchtvochtigheid veel lager. Dat maakt een groot verschil. Luchtstroom in de stal is erg belangrijk. De stal is zo gunstig mogelijk gebouwd met het oog op de wind’, vertelt hij.

Geen klavers en kruiden


In meertjes wordt water opgevangen en vastgehouden. De melkveehouder heeft een meertje met een capaciteit van 25.000 kuub en heeft sinds kort een vergunning om een meer van 40.000 kuub aan te laten leggen.
‘Dat water gebruiken we alleen om de mais te beregenen. Mais verdroogt minder snel. Ook hebben we luzerne op 12 ha. Dit is geen eenvoudige teelt. Op een perceel waar we al vijf jaar luzerne telen, lukt het prima, maar op een ander perceel wil het echt niet.’
Het bedrijf heeft op 14 ha triticale ingezaaid, deels voor de korrel en deels voor het stro. Met klavers en kruiden heeft de melkveehouder geen goede ervaringen. ‘Voor ons voegt het weinig toe. Als het eenmaal droog is, is het ook echt extreem droog en dan blijft er van de kruiden en klavers ook niets over.’
In het verleden zaaide de melkveehouder sorghum in. Ook dat zette hij niet voort. ‘Het roofde de bodem leeg en de zwijnen bleken er gek op. Dat was dus geen succes, al was het een mooi en suikerrijk gewas.’

Extremer

Het bedrijf mag vanaf 15 januari kunstmest strooien. Mest rijden mag officieel zes weken niet, maar volgens hem is niet even duidelijk waar en wanneer niet. ‘Mest rijden we uit in de herfst en in het voorjaar een beetje. Met een capaciteit van 5000 kuub onder de stal is mest bij ons geen probleem.’
Op de vraag of hij zich voorbereidt op toekomstige klimaatverandering geeft Wim aan dat hij het weer accepteert zoals het komt. ‘Je hebt er geen invloed op. Het zal extremer worden, maar persoonlijk houd ik wel van een uitdaging.’
Zelf zou hij graag percelen drainage aanleggen. ‘Maar verder proberen we hier zo goed mogelijk met de uitdagingen om te gaan.’