Vruchtbare kringloop, bodem voor de toekomst!

Analyse VKA-KLW’s: deel 4 van 4: VK-Oost analyseert 250 voorjaarskuilen

Deel dit bericht

Van VK-Oost-leden zijn 250 voorjaarskuilen van 2023 geanalyseerd. Conclusies zijn dat het gemiddelde drogestofgehalte met 41% lager is dan in 2022. De gemiddelde VEM-gehalten zijn in 2023 het hoogst van de afgelopen vijf jaar, met bijna 980 VEM gemiddeld. Het eiwitgehalte is in de jaren 2019-2021 constant gedaald. Het NDF-gehalte is in 2023 het laagst van de afgelopen vijf jaar met gemiddeld 441. Wat zeggen deze cijfers?


In de onderstaande figuren wordt de verdeling van de data weergegeven middels de gearceerde vormen. Hoe meer kuilen op een bepaalde waarde zitten, hoe breder het figuur op dat punt. De meeste kuilen zitten rond het gemiddelde. Het gemiddelde van alle kuilen in dat jaar is weergegeven middels de zwarte stip en het bijgeschreven getal. Hier is de vorm van het figuur dus vaak ook het breedst; de data is ‘normaal’ verdeeld.

Figuur 1

Figuur 2


Bob Fabri, productmanager bij Eurofins Agro reageert: ‘In mei zagen we het weer omslaan. Daarvoor was het mooi en groeizaam weer. Voor 31 mei zagen we mooie eiwitrijke kuilen met een hoge VEM. Na 31 mei liep die kwaliteit hard terug. Toen kwam de droogte waardoor er weinig groeide en weinig geoogst kon worden.’



Maaien op het juiste moment

Bertho Boswerger, Innovatie Manager Herkauwers bij ForFarmers, spreekt over zeer goede voorjaarskuilen. ‘Wij streven naar een ds-percentage van 40. Met 40 procent ds heb je een goede conservering en een goede voederwaarde. Daarin zijn de VK-Oost-leden goed geslaagd.’

Ook het ruw eiwit-gehalte zit gemiddeld goed, ziet hij. ‘Er zit veel variatie in, maar over het algemeen kun je uit deze cijfers concluderen dat er op het juiste moment geoogst is, passend bij de toegediende bemesting.’

Boswerger noemt een ruw eiwit-gehalte tussen de 160 en 170 gram per kg ds prima voor de meeste bedrijven. ‘Afhankelijk van het rantsoen is soms ook een hoger eiwit in de graskuilen gewenst, bijvoorbeeld bij rantsoenen met een hoog aandeel snijmais.’
Sommige kuilen van dit voorjaar hebben wel een heel laag eiwitgehalte, blijkt uit de cijfers. ‘‘Bij een laag aandeel ruw eiwit kan het ook zo zijn dat deze bedrijven in het voorjaar niet konden bemesten en/of later een zwaardere snede maaiden’, vult hij aan.

’50 gram daling van NDF betekent 25 gram CO2-reductie per kg meetmelk op een bedrijf waar het ruwvoer in het rantsoen voor 60 procent uit graskuil bestaat’

De NDF-gehaltes zijn lager dan voorgaande jaren en dat gaat samen met een hogere VEM. ‘Een hoge VEM kan je meer melk per koe opleveren of je kunt met minder krachtvoer toe. De lagere NDF is bovendien gunstig voor de methaanuitstoot’, aldus Boswerger.

‘Dit komt ook naar voren tijdens de praktijkworkshops ‘Versnellen op klimaat’ die wij met VK-Oost en FrieslandCampina organiseren deze maand. 50 gram daling van NDF betekent 25 gram CO2-reductie per kg meetmelk op een bedrijf waar het ruwvoer in het rantsoen voor 60 procent uit graskuil bestaat. Bij FrieslandCampina levert dit een hogere melkprijs op. Deze daling van NDF heeft dus een positief effect op de melkgift en daarnaast kan het een toeslag op de melkprijs opleveren.’


Over het algemeen is de conclusie dat veehouders dit voorjaar het goede moment van maaien kiezen. ‘Maaien kon onder goede omstandigheden en er ging weinig voederwaarde verloren.’


Figuur 3


Figuur 4


Analyse: Jur Eekelder